By

‘Whooo, this smells bad!’ Marino, onze goedlachse chauffeur heeft ere en neus voor. ‘It smells like traffic police’. En zo’n neus is wel handig in dit land. Af en toe houden ze je aan, als je pech hebt. De rest van de tijd staan ze te controleren, wat te hangen op straat. En jawel, een paar honderd meter later staat er inderdaad een controle. Wij kunnen doorrijden en vervolgen onze weg richting de grens met Zuid Afrika. Op weg naar een weekendje Krugerpark.

Hakuna Matata, it means no worries, for the rest of the day
Vanochtend om vijf uur zijn we door Marino opgehaald. Hij was er zichtbaar op gebrand snel weg te komen. Als we anderhalf uur later bij de grensovergang aankomen blijkt waarom. Het is een enorme drukte met allemaal Mozambikanen die de grens over willen met Zuid Afrika. Marino maant ons achter in de rij aan te sluiten, die op dit vroege tijdstip voor Mozambikaanse begrippen betrekkelijk kort is. Ondertussen verdwijnt hij in het douane kantoor. Een kwartier later komt hij ons zwaaiend met onze paspoorten tegemoet. De stempels om Mozambique uit te komen zijn gezet. We stappen in de auto en honderd meter verder parkeert hij de auto opnieuw. Honderd meter niemandsland. We zijn na grensovergang 1 Zuid Afrika nog niet binnen en moeten weer in een rij gaan staan. ‘This smells bad’. En gelijk heeft hij. De rij is vijf keer zo lang. Marino kijkt bedenkelijk, maar verdwijnt ook nu om wat ‘oude bekenden’ op te zoeken. Wij hoeven alleen maar in de rij te blijven staan. Na een kwartier is er én nog geen spoor van Marino én staan wij nog exact op dezelfde plek.

Na nog een kwartier wachten staan we nog steeds op dezelfde plek, maar zien we Marino wel van achter het douane kantoor zwaaien. Of we hierheen willen komen. We worden naar voren geleid, een deur wordt open gehouden en opeens staan we aan de andere kant van de balie. Er werken op dit moment zeven beambten, die zo’n honderd schreeuwende mensen in bedwang houden en hun netjes één voor één toegang tot het land geven. Of niet, want naast beambte 1 ligt een grote map met op de kaft ‘rejectos’ geschreven. Oftewel, de map van afgewezen verzoeken. Als blanke voel ik me toch enigszins ongemakkelijk. Dat ik blijkbaar wel een soort speciale behandeling kan krijgen. De drukte is enorm en ondertussen zijn onze paspoorten afgenomen en liggen ter beoordeling in een apart kamertje. Na een half uur wachten staat er dan toch eindelijk de verlossende stempel in ons paspoort. Blijkbaar kan iets wat lijkt op een totale chaos toch gewoon goed gaan.

In the jungle, the mighty jungle, the lion sleeps tonight
Het contrast met Mozambique kan niet groter zijn. In het kwartier dat we door Zuid Afrika moeten rijden zien we groene velden met granen en suikerriet, winkeltjes met grote voorraden vlees en groenten en netjes aangelegde wegen. In Mozambique heb ik nog geen plant gezien waar groente aan groeide, geen koe zien grazen. De kwaliteit is hier beter en de prijzen zelfs zo laag, dat alles wat qua groenten en vlees in Maputo gegeten wordt, in Zuid Afrika ingeslagen wordt. Het is de reis en het wachten bij de douanekantoren blijkbaar meer dan waard.

Al snel bereiken we de ingang van het Krugerpark, Crocodile Bridge. Vol enthousiasme wil ik de auto uitstappen om een foto te maken, maar helaas. De leeuwen kunnen ook al hier toeslaan. In een veiliger gedeelte verlaten we de auto en stappen over een in een open jeep. Ivan, onze nieuwe gids, lijkt de opvolger van de Crocodile Hunter. Ja, dit wordt een echte safari.

Vol spanning rijden we met onze jeep het park binnen. Dikke jassen aan, plaids in giraffenprint om ons heen. Het is koud, nog niet de savannetemperatuur die ik had verwacht. Om ons heen hang een dikke laag mist, die even later snel optrekt om plaats te maken voor een zonnetje waar de beesten hier wel van houden. Toch lijken ze zich op dit vroege tijdstip niet aan te trekken van de koude lucht. Nog geen vijf minuten in het park, zien we onze eerste beesten. Impala’s. Dan weten we nog niet dat er in het Krugerpark wel 150.000 impala’s leven en dat je deze beesten vrijwel overal ziet grazen.

En wat we de 24 uren daarna zien, is niet te beschrijven. En dat ga ik dus ook niet doen, want dat zou een vrij eentonige opsomming zijn van alle bijzondere beesten die in dit park leven. Het ene moment lijkt het een snoeptent, want voor alle beesten is hier meer dan genoeg te eten. Is het niet elkaar, dan is het wel het gras of de bomen. Het andere moment lijkt het Jurrasic Park, als je in de verte een paar witte neushoorns richting een kudde olifanten ziet lopen of een stel nijlpaarden en krokodillen bij het water ziet. En weer een ander moment voelt het gewoon onwerkelijk, dat giraffen van zo’n acht meter voor je auto staan, of een metershoge (en -dikke) olifant voor je neus voorbij sjokt. En op het laatste moment tuur je je gewoon een ongeluk naar een leeuw die ergens in het hoge gras schijnt te slapen met z’n vrouwtje.

En eigenlijk is het ook niet te beschrijven wat we zien als we Mozambique weer inrijden. Het lange wachten (dit keer wel) om een nieuw visum te krijgen, de armoede net over de grens met Zuid Afrika, de barakka’s, eettentjes waar je geen stap naar binnen durft te zetten en de groeten met water uit het riool wordt geboend. Dus ook dat probeer ik niet nu, maar bewaar ik nog even voor het volgende verhaal.

Zuid Afrika, Krugerpark, 19 tot en met 20 juli 2014

About the Author

 

Leave a Reply